VROUW

Published on augustus 24th, 2018 | by Irene van den Berg

0

Zullen we het nog één keer proberen?

Haar babywens opgeven? Daar wil journalist Irene van den Berg niet aan denken als ze in een vruchtbaarheidstraject belandt. Want wat als het de volgende keer wél raak is?

Voel ik nou een zeurend gevoel in mijn buik? Ik ben uit eten met een vriendin en ze vertelt over gedoe op haar werk. Maar mijn gedachten zijn ergens anders en ik luister maar half naar haar verhaal. Twee weken eerder is een bevruchte eicel in mijn baarmoeder geplaatst; mijn man en ik zijn bezig met IVF. Als ik niet zwanger ben, dan word ik vandaag ongesteld. Of anders morgen, overmorgen, of god weet wanneer. Ik onderbreek mijn vriendin en vlucht naar het toilet. Daar laat ik het licht uit en prop in het donker een maandverband in mijn onderbroek. Als ik inderdaad ongesteld ben, wil ik dat pas weten met mijn lief erbij. De rest van de avond probeer ik gezellig te doen. Om er thuis achter te komen dat ik weer niet zwanger ben.

Een maandelijkse cyclus van hoop en teleurstelling: eerst het optimisme, dan de zenuwen en ten slotte de kater. Bijna twee jaar vruchtbaarheidsonderzoeken en -behandelingen in een notendop. Tuurlijk, er zijn mooie vakanties, fijne avondjes uit met vriendinnen en mooie kansen op mijn werk. Maar in gedachte ben ik maar met één ding bezig: de vervulling van onze babywens. En dat lukt niet. Toch moet ik er niet aan denken om te stoppen met het hele medische gedoe. Wie een baby wil, moet volhouden. Toch?

Geheim uitje
Mijn man en ik stappen onbevangen in het medisch traject. De eerste keer dat we samen naar het ziekenhuis gaan, zijn we zo’n jaar bezig om zwanger te worden Het is een zonnige dag in november. Mijn gynaecoloog heeft dienst in een dorp even verderop. Niet in de stad waar we wonen. De rit er naartoe voelt als een geheim uitje van ons tweeën. We krijgen hulp; het gaat vast snel goed komen. En inderdaad, de arts stelt ons gerust, we zijn begin dertig en er zijn nog zoveel mogelijkheden. Ze plant een paar onderzoeken in. Op de terugweg in de auto hebben we het over babynamen.

Anderhalf jaar laten zitten we voor de zoveelste keer in het ziekenhuis, na een reeks behandelingen en onderzoeken. De eerste IVF-poging is mislukt. Vijf bevruchte eicellen waren er, maar het werden allemaal geen baby’s – bij IVF wordt geprobeerd om bij de vrouw meerdere eicellen tot rijping te brengen. Als er meerdere eicellen bevrucht zijn, kunnen deze worden ingevroren en op een later moment in de baarmoeder worden terug geplaatst.-. Toch is de gynaecoloog hoopvol. “Het klinkt gek, maar ik vind de behandeling goed verlopen: de embryo’s waren van goede kwaliteit. Voor soortgelijke gevallen geldt meestal: de aanhouder wint.” De aanhouder wint, echoot het in mijn hoofd. We moeten volhouden. Op naar de volgende poging.

De assistente pakt de agenda erbij voor IVF-poging nummer twee. Het valt me op dat de gynaecoloog helemaal niet vraagt of we dat wel willen. Zelfs niet als ik zeg dat ik met een psycholoog wil praten. Ik betrap mezelf steeds vaker op negatieve gedachtes als: ik word nooit écht gelukkig als ik niet weet hoe het is om een kind te krijgen. Of het is mijn eigen schuld: ik ben te gespannen, daarom lukt het niet. Bij de gynaecoloog is er geen tijd om het hierover te hebben. Ook niet over de stress die ik voel. Of dat mijn man er liever mee wil stoppen omdat ie vindt dat de behandelingen te veel ons leven bepalen. Al vindt ie dat ie ook dat uiteindelijk de keuze bij mij ligt.

Allerlei opties
Praten over stoppen ligt gevoelig tussen ons. Ooit spraken we af dat we niet meer dan drie IVF-behandelingen zouden doen, het aantal dat de basisverzekering vergoed. Tegen die tijd ben ik allang zwanger, dacht ik toen. Terwijl mijn man inmiddels twijfelt of we die drie wel moeten uitzitten, word ik heel verdrietig van de gedachte te moeten stoppen zonder baby in mijn armen. Ik weet inmiddels dat van alle stellen die met IVF beginnen, de helft na drie behandelingen een kindje heeft. Ik wil er niet aan denken dat wij bij de verkeerde helft kunnen horen.

Na die drie IVF-behandelingen zijn er nog allerlei opties, stel ik mezelf gerust als ik ’s nachts in mijn bed lig te malen. Zelf betalen, een behandeling kost gemiddeld 3000 euro, of een dure aanvullende verzekering afsluiten. Of naar België, waar meer diagnostisch onderzoek wordt verricht naar de oorzaak van een uitblijvende zwangerschap. Of eiceldonatie, een zaaddonor, draagmoeder, baarmoedertransplantatie. Er kan steeds meer, daar kunnen we gebruik van maken. Bovendien, we kunnen toch niet stoppen nu we al zoveel hebben geïnvesteerd?

En dan is er die positieve zwangerschapstest. Een paar dagen droom ik van onze toekomst als gezin. Ik koop een boekje over zwanger zijn. Drie dagen later word ik alsnog ongesteld. Ik bel naar het ziekenhuis en krijg te horen te horen dat ze nog even een echo willen maken om te kijken of mijn baarmoeder helemaal leeg is. Anders kan dat later complicaties opleveren. Ik voel me ontzettend leeg. Voor het eerst durf ik mezelf die beladen vraag te stellen: hoe lang houd ik dit vol? Maar ook: hou lang houden wij dit samen nog vol? We moeten uitkijken dat onze relatie niet alleen draait om die onvervulde kinderwens.

Drie maanden later is het weer raak, maar deze keer echt. Na alle teleurstellingen sta ik mezelf niet toe echt blij te zijn. Het duurt even voordat ik dat kan loslaten. Maar daarna geniet ik er met volle teugen van. Het misselijk zijn, de vermoeidheid, die buik die in de weg zit, het doet me allemaal niets. Ik voel me geweldig. Ongeveer 2 jaar en zeven maanden na ons eerste bezoek aan het ziekenhuis wordt ons mooie dochtertje geboren.

In de vriezer
Er liggen nog altijd drie bevruchte eicellen in de vriezer in het ziekenhuis. Die liggen er al bijna 5 jaar. Ons dochtertje zit inmiddels op de kleuterschool. Waarschijnlijk blijft ze enig kind. Omdat ik weet hoe lastig het is om te stoppen, wil ik er niet meer met vruchtbaarheidsbehandelingen beginnen. Ik weet niet of ik sterk genoeg in mijn schoenen sta om te stoppen als ik na drie keer niet zwanger ben. Ik ben dan wel bijna veertig; er zijn nog genoeg mogelijkheden. Alleen moet ik me daar maar niet in verdiepen. Ons verhaal heeft een happy end: een gezonde dochter en een papa en mama die gelukkig samen zijn. Laten we het lot niet tarten.

Ziekenhuisbaby-ABC
– IUI: uit het sperma van de mand worden de beste zaadcellen gehaald. Deze worden in de baarmoeder van de vrouw ingebracht.
– IVF: Techniek waarbij een eicel wordt bevrucht in het laboratorium. De bevruchte eicel wordt in de baarmoeder van de vrouw teruggeplaatst.
– ICSI: Vorm van IVF, waarbij voor elke eicel slechts een zaadcel wordt gebruikt. ICSI wordt toegepast als de kwaliteit van het zaadkwaliteit van de man niet goed is.
– MESA: Via een chirurgische ingreep worden zaadcellen uit de bijbal gehaald. Hierna volgt IVF. Deze techniek kan worden toegepast als er geen zaadcellen in het sperma zitten.
– KID: Het sperma van een andere man (donorsperma) wordt ingebracht bij de vrouw.
– Eiceldonatie: Een andere vrouw doneert haar eicellen. Deze worden in het laboratorium bevrucht met het sperma van de man en vervolgens teruggeplaatst bij de vrouw.
– Draagmoederschap: Een ander vrouw draagt het kind. De zwangerschap komt meestal tot stand door middel van kunstmatige inseminatie met zaadcellen van de man, maar ook via IVF.

Wat maakt stoppen zo lastig?
Didi Braat, hoogleraar Voortplantingsgeneeskunde aan het Radboudumc in Nijmegen: “Stellen, die in een vruchtbaarheidstraject zitten, ervaren vaak dat ze op een rijdende trein zijn gestapt waar ze niet meer uit kunnen. De kinderwens is vaak zo groot dat ze steeds hun grenzen verleggen. Stoppen betekent namelijk dat ze hun grootse wens moeten opgeven. Dat is ontzettend verdrietig. Ongewild kinderloos blijven is een van de ergste dingen die een mens kan overkomen.
De kans om zwanger te worden met een vruchtbaarheidsprobleem is de afgelopen decennia flink toegenomen. Dat is goed nieuws, maar maakt stoppen er niet gemakkelijker op. Als vroeger de IVF-behandeling niet aansloeg, dan hield het op. Dat was heel verdrietig, maar wel duidelijk. Nu zijn er meer opties, zowel in binnen- als buitenland. Hierdoor kunnen stellen de definitieve beslissing om te stoppen heel lang uitstellen. Wij dokters moeten vaker aankaarten dat een pauze inlassen of stoppen ook een optie is. Daar is de laatste jaren steeds meer oog voor, maar het kan zeker nog beter.”

Tags: , , ,


About the Author

is onafhankelijk (onderzoeks)journalist en schrijft over sociale en ecologische kwesties, zoals armoede, klimaatverandering en de keerzijde van de consumptiemaatschappij. Haar publicaties verschijnen onder meer in OneWorld, NRC en Vrij Nederland.



Comments are closed.

Back to Top ↑