AD Economie

Published on april 25th, 2020 | by Irene van den Berg

0

‘De marges op medicijnen zijn gigantisch’

Hoogleraar Carin Uyl-de Groot strijdt tegen de enorme marges die farmaceuten op sommige medicijnen leggen. Ze kreeg deze week steun van de Rekenkamer. Die stelt dat het kabinet veel hogere kortingen moet bedingen bij de medicijnmakers

Wat kost het ontwikkelen van een nieuw medicijn? Een belangrijke vraag in een tijd dat er naarstig wordt gezocht naar een geneesmiddel tegen Covid-19. Volgens Carin Uyl-de Groot, hoogleraar Health Technology Assessment aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, liggen de kosten voor veel medicijnen aanzienlijk lager dan medicijnfabrikanten beweren. Ze ontwikkelde een prijsalgoritme om een eerlijke prijs voor geneesmiddelen te berekenen, dat in het vooraanstaande wetenschappelijke tijdschrift Nature Reviews werd gepubliceerd. Ze wil politici, zowel in Den Haag als Europa, overtuigen van de noodzaak om een plafond te stellen aan de prijzen van medicijnen.

Hoe groot zijn de marges op medicijnen?
“Er is een groot verschil tussen de marge op een medicijn als paracetamol, dat voor het grote publiek beschikbaar is, en op een geneesmiddel tegen een zeldzame vorm van kanker. In het tweede geval zijn de marges vaak gigantisch. Ik doe veel onderzoek naar kankergeneesmiddelen. Volgens mijn berekeningen vragen medicijnfabrikanten in veel gevallen 8 tot 10 keer zoveel als de kostprijs van het medicijn. En dan zijn er nog de exorbitante uitschieters: voor het geneesmiddel CDCA dat nu wordt gebruikt voor het afremmen van een zeldzame stofwisselingsziekte, werd zelfs 500 keer de kostprijs gevraagd. Een eenmalige injectie met het duurste medicijn ter wereld Zolgersma, tegen de zeldzame spierziekte SMA, kost 1,9 miljoen euro. Wat een redelijke prijs hiervoor zou zijn, heb ik nog niet berekend.”

Hoe kunnen die winsten zo hoog zijn?
“Dat komt omdat er geen echte marktwerking is in de innovatieve geneesmiddelenindustrie. Als een farmaceut een nieuw medicijn heeft ontwikkeld, vraagt hij een patent aan. Vanaf dat moment is de medicijnfabrikant monopolist en kan hij vragen wat hij wil. De prijs van dure medicijnen is vaak niet gebaseerd op de kostprijs maar op wat de fabrikant denkt ervoor te kunnen krijgen. Ik vind dat een fabrikant best aardig mag verdienen op een medicijn, maar de bedragen die nu worden gevraagd zijn onethisch hoog. Ze slokken een steeds groter deel van het gezondheidszorg budget op. Dit gaat ten koste van andere zorg. Bovendien worden medicijnen hierdoor minder toegankelijk, ook in ontwikkelde landen.”

Medicijnfabrikanten stellen dat de risico’s bij het ontwikkelen van nieuwe medicijnen groot zijn. Als een poging mislukt, staat de fabrikant met lege handen.
“Ik heb een prijsalgoritme ontwikkeld waarin deze risico’s zijn meegenomen. Natuurlijk mislukken er medicijnen tijdens de testfase, maar soms zijn er ook medicijnen die wel effectief zijn maar die men commercieel niet interessant vindt. Er liggen veel middelen op de plank waar (nog) niets mee gedaan wordt. Verder kopen de grote fabrikanten vaak kleine bedrijven met veelbelovende producten op. Het risico wordt hierdoor geminimaliseerd, de resultaten van de eerste testen zijn er dan al.”

Medicijnen zijn vaak van levensbelang voor patiënten. Hoe erg is het dat we daar als maatschappij de portemonnee voor trekken?
“Eén patiënt behandelen kost soms honderdduizend of honderdtwintigduizend euro, vaak voor maar twee of drie maanden extra leven. Het is lastig om zo’n behandeling voor veel mensen te vergoeden. Met een vast gezondheidszorgbudget gaat dit wringen, het gaat ten koste van andere zorg. Het begrip Quality-Adjusted Life Year (QALY) kan ons helpen om de kosteneffectiviteit van een behandeling te bepalen. QALY staat voor een extra levensjaar in goede gezondheid. In Nederland wordt achter de schermen gewerkt met een QALY van 80.000 euro. Maar dat is geen harde grens, zoals bijvoorbeeld wel in het Verenigd Koninkrijk. Daar werken politiek en verzekeraars met een QALY van 35.000 pond (39.250 euro), waardoor ze veel strenger met farmaceuten kunnen onderhandelen.”

Is het niet beter om helemaal een einde te maken aan de vrije markt?
“Omdat fabrikanten een monopolie hebben, is er geen sprake van marktwerking. Toch ben ik niet voor privatisering van de medicijnproductie. Medicijnfabrikanten werken behoorlijk efficiënt. Ik ben bang dat die efficiëntie bij privatisering verloren gaat. Ik zie meer heil in publiek-private samenwerking in onderzoek, bijvoorbeeld tussen universiteiten en farmaceuten. Daarbij moeten ook afspraken gemaakt worden over de kostprijs van het geneesmiddel. Ook hier is transparantie onontbeerlijk. Als de kosten voor de ontwikkeling van een medicijn werkelijk zo hoog moeten zijn als de farmaceutische bedrijven beweren, dan moeten ze dat ook kunnen bewijzen. Politici zouden erop moeten staan dat bedrijven de kostprijs vrijgeven voordat ze prijsafspraken met hen maken.”

Bent u bang dat een geneesmiddel tegen Covid-19 ook heel duur zal zijn?
“Nee, wereldwijd zal de maatschappelijke druk enorm zijn om de toegang tot dat middel te garanderen voor iedereen. Dus de prijs van zo’n medicijn zal laag moeten zijn. Ik denk dat geen medicijnfabrikant het nu zal aandurven daar een grote marge op te leggen. Dat is ook niet nodig: de vraag naar dit medicijn is enorm, dus er valt sowieso goed op te verdienen. De Coronacrisis zou zelfs wel eens een positieve uitwerking kunnen hebben op de ontwikkeling van nieuwe medicijnen. De druk op farmaciebedrijven om samen te werken en transparanter te zijn, is op dit moment heel groot. Als een bedrijf in zijn eentje dat medicijn moet ontwikkelen, kost dat zo 10 jaar. Die tijd hebben we niet. Ik denk dat de politiek bedrijven daarom zal dwingen om meer samen te werken met academici en andere fabrikanten. Dat betekent dat fabrikanten ook opener moeten zijn over hun werkwijze.”

De Tweede Kamer wilde medicijnfabrikant Roche met een dwanglicentie onder druk zetten om het recept voor coronatests te delen. Is dat ook een goede oplossing als bedrijven onredelijke prijzen voor hun medicijnen vragen?
“Het ‘recept’ is bij de meeste geneesmiddelen het probleem niet. Apothekers kennen dat meestal wel. En ze mogen een geregistreerd medicijn ook namaken. Deze zogeheten magistrale bereiding is echter alleen toegestaan voor hun eigen patiënten, dus op kleine schaal en daarom ook niet echt een lange termijn oplossing in de discussie over hoge medicijnprijzen. Alleen als de exclusiviteit van het patent wordt opgeheven, kunnen ook andere medicijnfabrikanten het gaan produceren en ontstaat er concurrentie. Maar zonder patenten bestaat het risico dat farmaceuten veel minder gaan investeren in nieuwe medicijnen. Een plafond stellen aan de winstmarge vind ik daarom een betere oplossing.”

Hoge medicijnprijzen zijn de politiek al jarenlang een doorn in het oog. Gelooft u nog dat er werkelijk ooit iets gaat veranderen?
“Ja, ik spreek, vaak samen met patiëntorganisaties, politici in Brussel en Den Haag en voel dat mijn boodschap aankomt. Ik weet ook wel dat tegenover ieder verhaal van één patiëntenvereniging de lobby van tien grote bedrijven staat. Maar aan de andere kant: ons verhaal wekt meer sympathie op. We hebben het over patiënten met ernstige ziektes. Ik geloof dat deze Coronacrisis alles wel eens in een stroomversnelling kan brengen, en dat de druk op fabrikanten om meer samen te werken transparanter te zijn nu echt wordt opgevoerd. Maar goed, men noemt mij dan ook een positivist.”

CV Carin Uyl-de Groot
1966 Geboren in Oud-Beijerland
1990 Afgestudeerd als gezondheidswetenschapper.
1995 Gepromoveerd als gezondheidseconoom aan de Erasmus Universiteit Rotterdam
2005 Professor Health Technology Assessment aan het VU Medisch Centrum / Erasmus Universiteit Rotterdam
Uyl-de Groot analyseert voor het Zorginstituut de kosteneffectiviteit van dure geneesmiddelen, is sinds 2013 lid van de Commissie Beoordeling Oncologische Middelen en ze is sinds 2015 lid van de Gezondheidsraad.


About the Author

is onafhankelijk (onderzoeks)journalist en schrijft over sociale en ecologische kwesties, zoals armoede, klimaatverandering en de keerzijde van de consumptiemaatschappij. Haar publicaties verschijnen onder meer in OneWorld, NRC en Vrij Nederland.



Comments are closed.

Back to Top ↑