AD Economie

Published on juni 5th, 2021 | by Irene van den Berg

0

De illusie van de risicoloze maatschappij

Veiligheidsvoorschriften en protocollen: ze zijn er niet voor niets, maar we betalen er een hoge prijs voor. Accepteren we wel genoeg dat risico’s bij het leven horen, vraagt journalist Irene van den Berg zich af.

Het waait stevig. De takken van de grote perenboom in onze tuin zwaaien heftig heen en weer, de tuinstoelen zijn omgevallen. Mijn dochtertje staat voor het raam naar buiten te kijken. ‘Mag ik morgen wel naar school?’ vraagt ze. ‘Tuurlijk,’ reageer ik verbaasd. Maar volgens haar is dat helemaal niet zo logisch, ‘want de vorige keer dat het slecht weer was, moesten we ook thuisblijven’.

Ze heeft gelijk, toen het eerder dit jaar sneeuwde, vond de school het niet veilig om iedereen naar school te laten komen. En dat na een maandenlange scholensluiting vanwege covid. We voeden een generatie papkindjes op, denk ik bij mezelf. Straks durven onze koters alleen nog eropuit als het twintig graden en windstil is.

Veiligheid voorop. Deze twee woorden klonken het afgelopen jaar uit vele monden: van politici tot virologen, van schoolbesturen tot zorgpersoneel. Maar is een samenleving waar ‘veiligheid voorop’ staat eigenlijk wel leefbaar? Ook zonder sneeuw of het coronavirus kan niemand mij garanderen dat mijn dochtertje 100 procent veilig naar school gaat. Een ongelukkige val uit het klimrek, een automobilist die haar net te laat ziet, een stukje fruit dat in haar luchtpijp vast komt te zitten: als ik mijn dochtertje daar allemaal voor wil behoeden, komt ze nooit meer de deur uit.

Reflex

Van leven ga je dood, zong Robert Long al. Vanaf het moment dat we uit bed stappen, staan we bloot aan gevaren. Gelukkig zijn we daar niet de hele dag mee bezig. Totdat er toch iets mis gaat, dan hebben we de neiging om ons blind te staren op dat ene gevaar. Bij een grote ramp is de eerste reflex van de overheid om nieuwe regels op te stellen. Toen in 2016 een terrorist in Berlijn op een kerstmarkt in reed, werden overal in Europa ineens markten en evenementen met betonblokken afgezet. Langzaam verdwenen die afzettingen weer.

Angsten, reëel of niet, worden dan ook niet snel gerelati­veerd op podia als Twitter en Facebook, maar versprei­den zich eerder als een olievlek

Het idee lijkt te bestaan dat rampspoed niet bij het leven hoort, maar bestreden kan worden met gedragsregels, beschermingsmiddelen, veiligheidsvoorschriften en protocollen. Maar voor die veiligheid betalen we soms een hoge prijs. De scholensluiting die ons moest beschermen tegen het coronavirus, leidde tot leerachterstanden, lagere schooladviezen en een toename in het aantal gevallen van kindermishandeling. Maakt ‘veiligheid voorop’ niet meer kapot dan ons lief is? En hoe aantrekkelijk is een samenleving waarin we geen enkel risico meer dulden?

Individualisering

Volgens Hans Boutellier, hoogleraar Polarisatie en Maatschappelijke Veerkracht aan de Vrije Universiteit Amsterdam, komt ons sterke verlangen naar veiligheid voort uit de toegenomen individualisering. In zijn boek De veiligheidsutopie beschrijft hij dat ontzuiling en ontkerkelijking in de jaren 70 en 80 van de vorige eeuw gepaard gingen met een toenemende hang naar veiligheid. ‘Mensen waren op zoek naar iets waarin ze elkaar weer konden vinden, een gemene deler.’

Het boek van Boutellier kwam uit in 2002. Volgens de hoogleraar is ons verlangen naar veiligheid sindsdien alleen maar toegenomen. Door de komst van sociale media is de nadruk nog meer op het individu komen te liggen en zijn we meer waarde gaan hechten aan persoonlijke meningen en gevoelens. Eigen emotie eerst, noemt de hoogleraar dat. Angsten, reëel of niet, worden dan ook niet snel gerelativeerd op podia als Twitter en Facebook, maar verspreiden zich eerder als een olievlek. ‘Angst is een krachtige emotie. Iemand die bang is of zich slachtoffer voelt, krijgt op sociale media vaak veel aandacht.’

De drang naar veiligheid is niet typisch Nederlands, maar eerder iets westers, meent Boutellier. De illusie dat het leven zonder risico’s zou moeten zijn, heeft ook te maken met ons vertrouwen in de maakbaarheid ervan. Boutellier: ‘We leven in een tijd dat iedereen avontuurlijk wil reizen, maar dan wel vanuit een bus met airconditioning.’

Veiligheidsvehikel

Ik herinner me nog hoe ik als kind, in de jaren 80, samen met vriendinnetjes in de achterbak van de Volkswagen van mijn ouders mocht zitten. En hoe leuk dat was. Tegenwoordig zit al het kroost netjes aangelijnd in de gordel op de achterbank, en heeft de ANWB voor iedere leeftijd weer een ander veiligheidsvehikel bedacht: van maxicosi naar kinderstoel tot zitverhoger. Het liefst gloednieuw, en volgens de wettelijke normen, met het juiste keurmerk. Want natuurlijk staat de veiligheid van je kind voorop, en dat mag wat kosten.

Volgens Jop Groeneweg, hoogleraar Veiligheid in de zorg aan de TU Delft, moet ik mijn ritje in de achterbak echter niet idealiseren. ‘De verkeersveiligheid is de afgelopen decennia sterk verbeterd, juist door extra veiligheidsmaatregelen.’ Veilig Verkeer Nederland berekende dat de autogordel jaarlijks honderd doden en 10.000 gewonden bespaart. In het geval van de autogordel wegen de kosten dus duidelijk op tegen de baten.

Er kan iemand op mijn pad komen die kwaad in de zin heeft. Maar het langeter­mijn­ri­si­co dat ik op mijn 80ste met spijt terugkijk, omdat ik een heel braaf leventje heb gehad, vind ik nog veel beangsti­gen­der

Feit blijft dat, alle autogordels, airbags en kreukelzones ten spijt, er jaarlijks nog altijd meer dan zeshonderd Nederlanders omkomen in het verkeer. Alleen een verbod om in de auto te stappen, kan dat aantal tot nul terugbrengen. De overheid kiest daar echter niet voor, maar accepteert dat er doden vallen in het verkeer. En om dit even in perspectief te plaatsen: in 2019 overleden er veel meer Nederlanders (4720) als gevolg van een val dan als gevolg van een verkeersongeluk.

Volgens Groeneweg zijn mensen ook best bereid om risico’s te nemen, als daar maar een voordeel tegenover staat. Als voorbeeld geeft hij het drinken van een biertje. ‘Alcohol drinken levert gezondheidsrisico’s op. Maar omdat we alcohol drinken gezellig vinden, nemen we dat voor lief.’

Bij vreemden op de bank slapen

Paulien van der Werf (28) uit Groningen neemt ook van die ‘gecalculeerde risico’s’. Op haar 26ste zegde ze haar baan en haar huurhuis op. Nu is ze huizenoppasser, en trekt ze er geregeld met haar tent op uit. Ze reist graag alleen, en kiest er dan voor om te liften of bij vreemden op de bank te slapen. In coronatijd belt ze na een dag wandelen bij vreemden aan met de vraag of ze haar tent in hun tuin mag opzetten. ‘Ik vind het doodeng, en ben iedere keer bang om afgewezen te worden. Maar dat gebeurt zelden.’ Ze beseft heus wel dat ze als jonge vrouw gevaar loopt door bij vreemden in de auto te stappen of te blijven slapen. ‘Er kan iemand op mijn pad komen die kwaad in de zin heeft. Maar het langetermijnrisico dat ik op mijn 80ste met spijt terugkijk, omdat ik een heel braaf leventje heb gehad, vind ik nog veel beangstigender.’

Heel anders ligt het bij risico’s waarvan we zelf weinig of geen voordeel ervaren, zoals bij asbest of radioactieve straling. En ongrijpbare risico’s als 5G of de bijwerkingen van een nieuw vaccin. In dat geval willen we het risico het liefst tot nul reduceren. Of beter gezegd: we vinden dat de overheid het potentiële gevaar moet wegnemen.

Te veel leunen op Den Haag voor het bestrijden van risico’s brengt echter een nieuw gevaar met zich mee. Boutellier waarschuwt dat we daarmee een ‘antivirale’ overheid creëren, eentje die zich keert tegen alles wat onwenselijk is en maar enigszins een risico zou kunnen opleveren. Daarbij gaat het niet alleen om echte virussen maar ook om ‘gevaarlijke’ denkbeelden en gedragingen die zich kunnen verspreiden.

Den Haag besliste hoeveel mensen ik thuis mocht uitnodigen, of ik mijn familie en vrienden mocht knuffelen, waar en of ik op vakantie mocht, waar ik moest werken, wat ik op mijn gezicht moest dragen en nog vele, vele andere dingen.

China als doemscenario

Het doemscenario is daarbij China. Daar is het heel normaal dat je altijd wordt gevolgd door camera’s. Wie een rood stoplicht negeert, ziet zijn gezicht verschijnen op schermen aan de overkant van de weg. Op sommige plekken staat daar zelfs je naam en identiteitsnummer bij. ‘Begrijp me niet verkeerd, daar zijn we nog lang niet in Nederland. Maar het is wel goed om waakzaam te zijn dat we niet die kant opgaan,’ aldus de hoogleraar.

Ik hoop ook dat we het tij nog kunnen keren. Nooit in mijn 42-jarige leven was de overheidsbemoeienis zo groot als afgelopen jaar. Den Haag besliste hoeveel mensen ik thuis mocht uitnodigen, of ik mijn familie en vrienden mocht knuffelen, waar en of ik op vakantie mocht, waar ik moest werken, wat ik op mijn gezicht moest dragen, of ik huisarrest had en nog vele, vele andere dingen. Allemaal voor onze veiligheid.

Volgens Boutellier staan we op een tweesprong en kan de coronacrisis ook tot nieuwe inzichten leiden. ‘Corona is een reëel risico, dus ik begrijp de maatregelen die de overheid heeft getroffen. Maar we hebben ook gezien wat de economische en mentale gevolgen zijn van die totale focus op veiligheid.’ Hij hoopt dat de coronacrisis tot bezinning leidt: ‘Dat zowel burgers als politici gaan nadenken over wat voor samenleving we willen.’

Wat mij betreft is dat er eentje waarbij veiligheid niet altijd vooropstaat, waarin we beseffen dat een risicoloze samenleving een illusie is. Er overlijden mensen in het verkeer, omdat ze van de trap vallen en omdat er gevaarlijke gekken rondlopen. Als we alle gevaren tot nul willen terugbrengen, betalen we daar een hoge prijs voor. Of zoals een tegeltjeswijsheid luidt: wie niets durft te riskeren, riskeert alles.


About the Author

is onafhankelijk (onderzoeks)journalist en schrijft over sociale en ecologische kwesties, zoals armoede, klimaatverandering en de keerzijde van de consumptiemaatschappij. Haar publicaties verschijnen onder meer in OneWorld, NRC en Vrij Nederland. Ze is daarnaast columnist voor het AD.



Comments are closed.

Back to Top ↑