OneWorld

Published on mei 2nd, 2019 | by Irene van den Berg

0

Waarom laten we ons gaarkoken?

Wat we als normale weersomstandigheden zien, baseren we op het weer van de afgelopen twee tot acht jaar. Daardoor raken we razendsnel gewend aan klimaatverandering.

Een prachtige buitenkeuken lonkt naar me. Ik ben met man en dochter in een tuincentrum. We zijn daar op zoek naar een ‘saaie’ opbergkast voor onze tuinspullen. Maar plots droom ik van etentjes met familie en vrienden in onze zonovergoten tuin. ‘En door de klimaatverandering kunnen we steeds vaker buiten eten’, lach ik. Het is meer dan een cynisch grapje. Enerzijds maak ik me grote zorgen over klimaatverandering, anderzijds merk ik dat die warme zomers al aardig beginnen te wennen.

Amerikaanse wetenschappers ontdekten dat we extreem weer steeds normaler gaan vinden, blijkt uit een artikel in het wetenschappelijke tijdschrift PNAS. De onderzoekers combineerden weercijfers van de Verenigde Staten met twee miljard posts op social media. Uit hun data blijkt dat onze verwondering over hoge temperaturen snel afneemt bij herhaalde blootstelling. Wat we als ‘normaal’ zien, baseren we op het weer van de afgelopen twee tot acht jaar, zo concludeerden ze.

De onderzoekers spreken van een ‘boiling frog effect’: als je een kikker in kokend water gooit, dan springt hij er direct weer uit. Maar als je de kikker in een pan met koud water opzet, is het dier zich van geen gevaar bewust en zal het zich geduldig gaar laten koken. Ofwel, doordat de opwarming van de aarde langzaam gaat, wennen we eraan en zijn we ons minder bewust van de gevaren.

Weinig actie

Hoogleraar sociale psychologie aan de Vrije Universiteit Paul van Lange, specialist in klimaatpsychologie, weet als geen ander dat de mens zichzelf flink voor de gek kan houden als het om klimaatverandering gaat. Hij noemt de studie ‘zeer belangrijk’ omdat deze een nieuwe verklaring biedt waarom we zo weinig actie ondernemen tegen klimaatverandering. “De conclusie sluit bovendien mooi aan bij ander onderzoek waaruit blijkt dat we onze gevoelens over klimaatverandering vooral baseren op de laatste weerberichten. Is het een paar weken kouder dan normaal, dan maken we ons minder zorgen over klimaatverandering dan op een extreem hete dag. Dat is weinig rationeel, want klimaatverandering is een proces van meerdere decennia”, aldus Van Lange.

Abstract probleem

Volgens de hoogleraar is het voor ons brein moeilijk om het gevaar van klimaatverandering te bevatten, omdat het over een abstract probleem in de toekomst gaat. En dan ook nog op mondiale schaal, zodat we het nooit in ons eentje kunnen oplossen. “De menselijke manier om met zo’n grote bedreiging om te gaan is onszelf wijsmaken dat het allemaal wel meevalt”, legt Van Lange uit.

Toch blijkt uit recent onderzoek van onderzoeksbureau I&O Research in opdracht van Binnenlands Bestuur, dat het merendeel van de Nederlanders zich wel degelijk zorgen maakt over het klimaat. Hoe valt dat te rijmen met die snelle gewenning aan klimaatverandering? Manu Busschots, oprichter van de Stichting KlimaatGesprekken, wijst erop dat er een verschil bestaat tussen het erkennen van de feiten en zorgen over klimaatverandering en daar zelf écht bang voor zijn. “Psychologische beschermingsmechanismen voorkomen vaak dat mensen klimaatverandering beangstigend vinden.” Uit hetzelfde onderzoek blijkt dan ook dat de meeste Nederlanders geen maatregelen nemen om klimaatverandering tegen te gaan.

Overdreven optimisme

Gewenning is slechts een van de psychologische trucs die ons brein inzet om klimaatstress te voorkomen. Ook ‘overdreven optimisme’ is een bekend mechanisme uit de klimaatpsychologie. Ons brein doet ons geloven dat rampspoed, zoals een scheiding, ernstige ziekte of auto-ongeluk onszelf minder snel zal treffen dan anderen. Die positieve blik heeft als nadeel dat we ons soms onvoldoende beschermen tegen reële gevaren, inderdaad zoals bij klimaatverandering. Maar die roze bril heeft ook een functie: als je de hele dag bezig bent met welke ellende je kan overkomen, heb je geen leven meer.

Bovendien is angst vaak een slechte raadgever, óók als het om klimaatverandering gaat. Busschots: “Angst is alleen een motivatie voor duurzaam gedrag als je ook het gevoel hebt dat je iets kunt doen, en dat dit genoeg verschil maakt. Als je alleen maar bang bent, werkt angst eerder verlammend. Of je wordt boos op de boodschapper.” Om mensen tot actie over te doen gaan, moet je ze volgens Busschots een perspectief bieden: “Stimuleer treintrots in plaats van mensen vliegschaamte aan te praten.”

Anne-Marie Pronk, adviseur bij klimaatcampagnes, plaatst haar vraagtekens bij het Amerikaanse onderzoek. “Op social media laten mensen hun echte gevoelens over klimaatverandering vaak niet zien. Ik betwijfel dus of Twitter wel zo’n goed meetinstrument is. Klimaatangst zit vaak dieper bij mensen. Daar moet je op doorvragen tijdens persoonlijke gesprekken.”

Ze stelt dat onderzoek naar de effecten van klimaatontwrichting op onze emoties nog in de kinderschoenen staat. “De Amerikaanse meteoroloog Eric Holthaus kreeg veel respons op een tweet waarin hij schreef dat hij aan ernstige slapeloosheid lijdt en hulp nodig heeft om niet in een klimaatdepressie te raken. Onze gevoelens over het klimaatprobleem delen, zien klimaatpsychologen als een belangrijke versneller voor klimaatactie. Maar niet iedereen zal zich op Twitter zo kwetsbaar durven opstellen.”

Ook wijst Pronk erop dat social mediagebruikers geen doorsnede van de samenleving zijn. “Ik ken veel boeren die zich grote zorgen maken over de toenemende droogte. Alleen zitten die niet op Twitter.”

Nooit wennen aan overstromingen

De ernstige gevolgen van klimaatverandering, zoals bosbranden en overstromingen, zullen volgens Pronk nooit wennen. “Natuurlijk is het fijn om in de zon op het terras te zitten. Maar voelt dat nog net zo goed als je op het journaal hoort dat er honderden doden zijn gevallen bij overstromingen in Mozambique? De verwondering verdwijnt misschien, maar de buikpijn blijft.”

Een herkenbaar gevoel. Ook ik jubel op social media over mijn zonovergoten vakantie in Nederland. In april. Maar ergens voelt het niet lekker. Die buitenkeuken hebben we niet gekocht. Ik kan beter dromen dat binnen koken in Nederland de norm blijft. Bovendien is het ook heerlijk om, terwijl het buiten ijskoud is, met familie en vrienden te dineren voor een knisperend haardvuurtje. Of eh, liever een duurzame pelletkachel.

Waarom laten we ons gaarkoken

Tags: , ,


About the Author

is onafhankelijk (onderzoeks)journalist en schrijft over sociale en ecologische kwesties, zoals armoede, klimaatverandering en de keerzijde van de consumptiemaatschappij. Haar publicaties verschijnen onder meer in OneWorld, NRC en Vrij Nederland.



Comments are closed.

Back to Top ↑